De mobiele frituur en de huurwetgeving

donderdag 07 december 2017 14:00
De mobiele frituur en de huurwetgeving

“Enorm veel verscheidenheid qua look, maar ook juridische diversiteit” 

Er zijn al boeken gepubliceerd over het fenomeen van de frituur in onze regionen. Daarbij wordt steeds verwezen naar de soms wonderlijke verscheidenheid bij de (uiterlijke) verschijningsvorm van deze nationale instelling.

Meestal minder aandacht krijgt de juridische context waarin een frituur wordt uitgebaat. Ook hier is er sprake van diversiteit: de uitbater kan eigenaar zijn van het gebouw met daarin een frituur aanwezig, de uitbater kan huurder zijn van dergelijk gebouw, een mobiele frituur kan een standplaats hebben op het openbaar domein, etc…

In deze bijdrage belicht Koen Vandenberghe van VDV Advocaten het geval waarbij een eigenaar een perceel grond verhuurt aan een huurder, die er op zijn beurt een mobiele frituur uitbaat.

In het bijzonder stelt zich de vraag of dergelijke huurovereenkomst onderworpen is aan de voorschriften van het gemeen huurrecht, dan wel of de handelshuur hierop van toepassing is. 

Indien de handelshuurwet van toepassing is, heeft dit namelijk belangrijke gevolgen voor onder andere de duur van de huur, de opzeggingsmogelijkheden, het recht op huurhernieuwing,...

De dwingende voorschriften van de handelshuurwet

Een belangrijk uitgangspunt is dat de wet op de handelshuur van dwingend recht is.

Dit houdt in dat een huurovereenkomst die voldoet aan de toepassingsvoorwaarden van art.1 van de handelshuurwet, onder deze wet valt, zelfs indien partijen anders zouden overeengekomen zijn in het huurcontract, en eveneens wanneer er in de overeenkomst daaromtrent niets geformuleerd is.

Wanneer is de handelshuurwet van toepassing? De voorwaarden voorzien in de wet zijn de volgende:
  • Het moet gaan om een huurovereenkomst;
  • Mbt. een onroerend goed of gedeelte ervan;
  • Gebruikt voor het uitoefenen van een kleinhandel met rechtstreeks contact tot het publiek;
  • Waarbij dit de hoofdzakelijke bestemming is, vanaf de aanvang van de huur of uitdrukkelijk aanvaard in de loop van de huur;
Toepassing op de mobiele frituur

Dat de uitbater van een mobiele frituur rechtstreeks contact heeft met het publiek en dat de bestemming van frituur (handelsbestemming) werd aanvaard door de verhuurder van het perceel grond, is klaar en duidelijk.

Maar geldt een handelshuur wel voor een perceel grond, dat onbebouwd wordt verhuurd?

In een geding, waaromtrent er over dit punt betwisting ontstond tussen partijen, besliste de Rechtbank uiteindelijk dat ook onbebouwde onroerende goederen in aanmerking komen voor handelshuur. Immers, de handelshuurwet maakt geen onderscheid tussen bebouwde of onbebouwde onroerende goederen.  De uitbater van de mobiele frituur beschikt aldus over een handelshuurcontract, met de bijkomende bescherming voor de huurder, voorzien in de handelshuurwet.

Dit brengt mee dat hij in ieder geval recht heeft op een eerste huurperiode van negen jaar, zelfs indien in het huurcontract een kortere termijn werd afgesproken.

Daarnaast heeft de frituuruitbater, na verloop van de eerste termijn van negen jaar, ook recht op drie huurhernieuwingen van telkens 9 jaar.

Er kunnen zich echter bijkomende complicaties voordoen. 

Veronderstel dat de uitbater op het onroerend goed bleef na verloop van negen jaar, zonder dat een huurhernieuwing werd aangevraagd  en zonder dat de verhuurder de huur beëindigde…

Het gevolg hiervan is dat een handelshuur van onbepaalde duur tot stand kwam, met specifieke voorschriften: 
  • De verhuurder kan de handelshuur beëindigen mits aan de huurder een opzegtermijn te verlenen van 18 maanden.
  • De huurder kan evenwel tijdens de eerste drie maanden van deze opzegperiode, nog een huurhernieuwing aanvragen
Besluit

De uitbater van de mobiele frituur, staande of opgericht op een perceel grond dat gehuurd wordt, zal zijn locatie met zorg uitgekozen hebben en er wellicht alle voor- en nadelen van overwogen hebben.
Vooral wanneer de uitbating een succes blijkt, zal hij deze willen voortzetten.

Zelfs indien zijn huurcontract dit niet zou voorzien, of anders bepaalt, zal hij zich als huurder toch kunnen beroepen op de bescherming die de handelshuurwet biedt. 

Dit ter bevordering van de bestaans- en rechtszekerheid  voor alle mobiele frituristen in dit land.

Lees ook:

(Bron: Koen Vandenberghe, VDV Advocaten)


 is een eigentijds en gespecialiseerd advocatenkantoor. Vastgoedrecht, aannemings- en bouwrecht, algemeen contractenrecht maken deel uit van hun voorkeurmateries.

Het laatste vastgoednieuws in je mailbox?

Lees meer nieuws over ...