Deze website maakt gebruik van cookies die voor een optimale gebruikerservaring zorgen. Door gebruik te maken van deze website verklaart u dat u hiermee akkoord gaat. Meer info

Nieuwigheden voor de vastgoedsector vanaf 1 januari

dinsdag 02 januari 2018 12:00
Nieuwigheden voor de vastgoedsector vanaf 1 januari

“Omgevingsvergunning, nieuwe Brusselse huurwetgeving en lager E-peil voor nieuwbouw” 

Een nieuw jaar brengt traditioneel een aantal nieuwigheden qua wetgeving met zich mee. Ook in de vastgoedsector is dat niet anders. Zo vervangt de omgevingsvergunning vanaf 2018 de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning, krijgen Brusselaars een nieuwe huurwetgeving en werd het E-peil voor nieuwbouwwoningen verlaagt naar E40. Hieronder een overzicht.

Omgevingsvergunning

De nieuwe omgevingsvergunning vervangt vanaf 1 januari in heel Vlaanderen de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning. In een handvol gemeenten was de nieuwe procedure al van kracht, maar op 1 januari volgde de rest van Vlaanderen. De werken waarvoor een vergunning nodig is, blijven dezelfde.

Al sinds begin 2017 moeten de aanvragen verplicht digitaal gebeuren, maar met het platform waarop dat moest gebeuren waren in de eerste helft van 2017 verschillende problemen.

In het Vlaams parlement erkende minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) dat er problemen zijn met dit systeem, maar die hebben volgens haar te maken met de "enorme piek" in het aantal dossiers. Het nieuwe systeem van het digitale omgevingsloket, dat dus op 1 januari startte, zal volgens de minister dergelijke pieken wel kunnen verwerken. Het heeft volgens Schauvliege "stresstests" doorstaan en zou voldoende robuust moeten zijn om grote pieken op te vangen.

Nieuwe huurwetgeving

Voor de inwoners van het Brussels gewest geldt vanaf 1 januari een nieuwe wetgeving rond de woninghuur. Die bevoegdheid zit sinds de zesde staatshervorming bij de gewesten. De hoofdstad heeft gekozen voor een modernisering van de huurwet, met aandacht voor nieuwe evoluties als co-housing en kangoeroewonen, maar heeft ook aandacht voor wie het moeilijker heeft. De herziening van de woninghuurwet is voor veel Brusselaars van groot belang: maar liefst 60 procent van de inwoners van de hoofdstad huren hun woning.

De huurwetgeving heeft in eerste instantie aandacht voor mensen met een lager inkomen, voor wie het betalen van de huurwaarborg vaak een probleem is. De nieuwe gewestelijke huurwaarborg moet daar een mouw aan passen: meer mensen zullen een beroep kunnen doen op leningen aan nultarief, en de voorwaarden worden gunstiger. Zo wordt de terugbetalingstermijn met een halfjaar verlengd tot 24 maanden en kunnen mensen hun huurwaarborg voor de volle 100 procent lenen.

Voor mensen die niet in aanmerking komen voor een lening aan nultarief, komt er een fonds dat de waarborg voorschiet, in ruil voor een maandelijkse bijdrage van de huurder. Die worden dan aan het einde van de huurovereenkomst teruggestort.

In beide gevallen - lening of waarborg uit het fonds - krijgt de huurder het geld op een geblokkeerde rekening op zijn naam, zodat de verhuurder niet weet waar het geld vandaan komt. Dat moet het risico op stigmatisering verminderen.

De maatregel zou elk jaar ongeveer 2.000 mensen moeten helpen. De Brusselse OCMW's gaven vorig jaar een huurwaarborg aan zowat 3.000 mensen.

De nieuwe huurwetgeving is verder een weerspiegeling van de "huidige Brusselse werkelijkheid", stelt bevoegd Brussels minister Céline Frémault. "Een bevolking met gevarieerde sociaaleconomische en multiculturele profielen, dichte bebouwing en nogal wat studenten." Zo is er een speciale huurovereenkomst voor studentenwoningen, maar ook nieuwe woonvormen, zoals co-housing, hebben hun eigen regels.

"Vandaag zijn de rechten van de huurders en verhuurders verbeterd in een gemoderniseerd wettelijk kader. Het gaat om een evolutie, niet om een revolutie: de huurmarkt is duidelijker en transparanter, de toegang tot huisvesting wordt er vlotter door voor allen", reageert Frémault.

E-peil voor nieuwbouw

Nieuwbouwwoningen waarvoor vanaf 1 januari in Vlaanderen een aanvraag ingediend wordt, moeten een E-peil hebben van 40 of lager. Voordien was dat E50. Het E-peil geeft aan hoe energiezuinig een gebouw is. Het behalen van het E-peil is een van de EPB-eisen (energieprestatie en binnenklimaat) voor een nieuw gebouw. Daarnaast wordt ook het S-peil ingevoerd, dat het K-peil vervangt.

Voor kantoor- en schoolgebouwen wordt het doel voor 2018 vastgelegd op E50, maar voor overheidsgebouwen ligt het verplichte E-peil vanaf 1 januari op E45.

In de berekening van het E-peil zullen warmtepompen en zonneboilers meer meetellen voor een lager cijfer. "Warmtepompen en zonneboilers zijn tot nu toe onterecht minder aantrekkelijk omdat ze onvoldoende verrekend werden in de EPB-scores. Dat zetten we recht", aldus minister van Energie Bart Tommelein. Het EPB wordt berekend aan de hand van de thermische isolatie, de ventilatie en de energieprestatie van een woning. Deze herberekening vormt een opstap naar de volledige herziening van de EPB-regelgeving, waaraan Tommelein werkt.

Het nieuw ingevoerde S-peil wordt gebruikt als indicator voor de isolatie- en ventilatiewaarde van een nieuwbouwwoning. S-peil staat voor schilpeil. Het komt in de plaats van het vroegere K-peil en de Netto Energie Behoefte (NEB). Volgens Tommelein maakt het S-peil een correctere berekening van de energie-efficiëntie van een nieuwbouwwoning mogelijk. De norm ligt op S31, en tegen 2021 wordt dat S28. Voor het E-peil wordt dat tegen 2021 E30 - de Vlaamse overheid wil dat elke nieuwbouw vanaf dan bijna energieneutraal is.

(bron: Belga)

Het laatste vastgoednieuws in je mailbox?

Ik neem kennis van de gebruiksvoorwaarden

Lees meer nieuws over ...